Posts tonen met het label beetje bezorgd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label beetje bezorgd. Alle posts tonen

donderdag 23 januari 2014

Dan ben je slim, maar...

Hij is boos, gefrustreerd, verdrietig. Zo ken ik hem niet. Of misschien toch, van die periode toen hij op school zo slecht in zijn vel zat, toen hij bij die juf zat die hem helemaal verkeerd begreep. Maar hij wil niets zeggen en ik mag niet helpen. Even later een berichtje van de juf, hij was vergeten zijn presentatie voor te bereiden vandaag. O. Ik snap het. Maar dat is kennelijk nog niet alles.

Later op de avond, ik kom beneden van het in bed werken van de brusjes en zie hem zitten. Een lege bladzijde voor zijn neus. Een tot twee kantjes moeten er vol geschreven worden, over hemzelf, over wat hij vorig jaar heeft meegemaakt. Een haast onmogelijke opdracht lijkt het. Ten eerste staat zijn leven van vorig jaar ongeveer net zo ver weg van hem weg als dat van de holbewoners in de prehistorie. Ten tweede krijgt hij het niet voor elkaar om gewoon maar ergens te beginnen, iets op te schrijven, wat dan ook. Hij wiebelt, zoekt uitvluchten, steunt en kreunt. En uiteindelijk vraagt hij, een half uur voor bedtijd en dus een half uur voor de deadline, of ik helpen wil. Godzijdank.

Ik hoef alleen maar naast hem te zitten en te luisteren, hem vriendelijk terugwijzen op zijn blad als hij op dreigt te springen om een niet bestaand pluisje te gaan vangen. Ik moedig wat aan, doe eigenlijk niets, hij kan het zelf. Zo komt hij langzaam op dreef, hij ziet weer licht aan de horizon. Ik doe hem nog een tip aan de hand: als je dit nu zo schrijft, kun je misschien ook nog wel iets zeggen over dat... Ja! Dat doet hij. En weer een alinea erbij.

Even later is het klaar. De opluchting is zeer groot, hij wordt weer zijn gewone blije zelf. Zo blij dat hij dan ook nog maar even vertelt wat hem verder zo dwars zat vandaag. De juf. De juf die boos was geworden omdat hij had gekletst in plaats van gewerkt ("ik snapte niet wat ik moest doen en dat wilde ik aan mijn groepje vragen...")

Waarom zijn niet alle juffen zoals die van vorig jaar? Ik denk dat ik maar weer eens met deze juf moet gaan praten. Dat ook niet alle kinderen hetzelfde zijn en hetzelfde benaderd moeten worden. En dat je wel heel slim kunt zijn maar dat het beginnen aan ogenschijnlijk eenvoudige taken soms heel moeilijk kan zijn.

maandag 13 januari 2014

Een beetje of heel erg

Ken je ze, die lijstjes waarbij je mag scoren op een schaal van "helemaal niet", "een beetje niet",  "een beetje wel" en "heel erg". Het verschil tussen mij en Pappalien is dat hij de extremen aankruist terwijl ik altijd de "beetjes" in het midden neem, ook al vinden we verder hetzelfde.

In dit geval ging de vragenlijst over persoonlijkheidskenmerken en gedrag van onze kinderen en de mogelijke plaatsing in de plusklas. Het leuke is dat ze éérst werden geplaatst (op grond van cijfers en inschatting van de juf), daarna moest er nog een lijst worden ingevuld door de ouders. Waar verder geen consequenties aan leken te zitten, maar nu opeens, een half jaar na dato, misschién eventueel onverhoopt zou kunnen gaan worden gebruikt om volgend jaar, als er opeens te veel kinderen in aanmerking zouden komen toch een klein beetje als soort van meting gebruikt zou kunnen worden... criteria, blabla, zwartwit doen we niet maar en ... arrgghhhhh.

Vandaag een evaluatiegesprekje over dochter in de plusklas(*). Het lijstje dat de juf had ingevuld en het lijstje dat ik had ingevuld verschilden dus ook nogal. Waar de juf van haar groep positief was was ik dat een stuk minder. En dat is stóm! Want dochter voelt zich prima in de plusklas, de uitdaging is heel goed voor haar, de plusklasjuf is tevreden... Al kijkt dochter volgens haar wel de kat uit de boom en is ze wat voorzichtig in haar uitlatingen.

Mh. Ja.. Van wie zou ze dat nou hebben. Verdorie.

(*) Morgen beoordeling van de lijstjes en het werk tot nu toe van oudste zoon. Ik denk dat ik Pappalien maar stuur.

zaterdag 21 september 2013

Ik vind het maar vreemd

Kleuter en ik zijn de hele middag al op pad. Hij fietst van speeltuin naar speeltuin, ik wandel er achter aan en we kletsen heel wat af onderweg. Af en toe vindt hij een speelkameraadje (m/v), maar zo niet dan is de eer aan mij om hem te mogen duwen op de schommel en zijn verhalen aan te horen.

De laatste speeltuin is leeg, maar daar komen opeens een paar grotere kinderen aan met daarachter een ventje van een jaar of twee in een hele dikke winterjas. "Hoe heet jij?", vraagt mijn kleuter aan het ukkie dat naar ons toegehobbeld komt. Het kind kijkt hem met grote ogen aan en weet geen antwoord. Ik leg de mijne uit dat het ventje het niet onaardig bedoelt maar hoogstwaarschijnlijk gewoon nog niet zo heel goed praten kan. "O, jij bent een báby!", is de conclusie van zoon. "Kom maar mee, báby, dan laat ik je wel zien hoe je van de glijbaan moet glijden!"

Het kind is te klein om dat báby als een belediging op te vatten, en de trap naar de glijbaan lukt hem ook al niet. Wel is hij hevig geinteresseerd in het fietsje dat mijn zoon mee heeft, daar staat een plaatje van een auto op.

Als even later het groepje zevenjarigen waarvan ik dácht dat ze Uk op sleeptouw hadden ervandoor gaat blijkt Uk niet bij ze te horen. Hij is van die vissers, dáár.

Waar? Dáár blijkt een heel eind weg. De vissers kijken niet op of om, en het kost me heel wat overredingskracht om Uk duidelijk te maken dat hij niet met ons mee naar huis kan. Hij vindt kleuters fiets echt heel mooi, die andere jongens zijn weg en alleen is ook maar alleen, moet hij gedacht hebben. Ik denk daar echter heel anders over. Zodra we bij de weg zijn waar wij oversteken pak ik hem dus maar bij zijn schoudertje en zeg op mijn beste peuterspeelzaaltoon: "Waarrr is mama? Ga maar naar mama!" Het kwartje schijnt toch te vallen. Hij sukkelt weer terug, op weg naar de grote waterplas (..) waar zijn ouders zitten. Tot hij onderweg de speeltuin weer tegenkomt en daar toch maar blijft hangen in zijn eentje. Zijn ouders kijken nog steeds niet op of om.

Ik mag dan in de ogen van sommige mensen wat overbezorgd zijn, maar je dreumes zomaar alleen zijn gang laten gaan terwijl je zelf godbetert zit te vissen? Niet alleen zeer ongezellig voor het kind in kwestie, maar ik kan wel aardig wat ongelukken en ongelukjes verzinnen die zomaar kunnen gebeuren. Zelfs al is het de gehoorzaamste, meest initiatiefloze peuter van de wereld.

"Het zal wel geen duur kind geweest zijn", was de droge conclusie van Pappalien toen ik, eenmaal thuis, hem dit verhaal op zeer verontwaardigde toon vertelde. Ik ben inderdaad bang dat ze hun hengels beter in het oog houden.

zaterdag 31 augustus 2013

Binnen de lijntjes kleuren

We zijn in het ziekenhuis, controleafspraak bij de orthoptist. Op weg naar afdeling O komen we natuurlijk eerst weer alle andere letters tegen. Het Walhalla voor kleuterzoon, die niets liever doet dan cijfers en letter lezen, liefst hardop en op flink volume. Zie een vorig logje. We zijn nu echter een half jaar verder, en die letters op de deuren zijn niet meer zo heel boeiend. Hij leest nu de woorden boven de deuren. Zolang ze maar van flink formaat zijn heeft kleuter nergens meer moeite mee.  Zo stopt hij onderweg om even "HUISARTS, eh. HUISARTSEN, eh. HUISARTSENP, O, S, HUISARTSENPOST!" te lezen. Een langslopende medewerkster van het ziekenhuis keek nog eens goed hoe groot hij eigenlijk wel niet is en gebaarde naar mij -ik stond al weer een paar meter verderop- dat dat toch wel heel bijzonder is. Aan de andere kant, zijn eigen schoenen aan trekken, daar is dan niet zo goed in.

Waar de rest van Nederland zich druk maakt over wel of geen citotoetsen op groep 2-ers los te laten maak ik me vooral zorgen over mijn eigenwijze kleuter die nog twee jaar verplicht moet plakken en knutselen en binnen de lijntjes moet leren kleuren voor hij de dingen mag gaan doen die hij echt leuk vindt. Misschien weten jullie nog mijn trotse blogje, net voor hij vier jaar werd en op school begon, dat hij zelf "maan" en "vis" van die losse letters kon maken. Hij heeft niet stilgezeten en leest ons tegenwoordig hele bladzijden voor uit de prentenboeken die ik voor hem in de bieb haal. Liefst zo kinderachtig mogelijk, Ka.atje helpt Mama, Nijntje, dat soort. Die vindt hij het leukst. Dat er dan best lastige woorden met meer dan drie lettergrepen en onuitgelegde spellingsregels in staan boeit hem niet - zolang de letters groot genoeg zijn. En leest hij niet, dan vermaakt hij zich met you.tube en filmpjes waarin iemand in het Engels uitlegt hoe de tafel van 11 gaat. En dat is geen grapje.

Maandag begint hij weer, in een nieuwe groep 1/2. Twee (voor hem) nieuwe juffen, een paar bekende gezichten uit de instroomgroep van voor de zomer, maar de overige 25 oudere kinderen kent hij niet. Ik ben erg benieuwd (en tips zijn welkom). Ik hoop vooral dat hij het er een beetje naar zijn zin zal hebben en wat vriendjes zal maken.

zondag 10 maart 2013

Statistieken

Ik ben dol op lijstjes en statistieken, nutteloze feitjes en verborgen verbanden. Zo maakte ik als prille puber lijstjes van alle (..) jongens die ik meer dan leuk vond, en scoorde rapportcijfers voor ze op allerlei categorieën. Suf he. Maar je bent een beta-nerd of niet. Bovendien durfde ik de onderwerpen van mijn lijst toch niet echt aan te spreken laat staan te zoenen, dus ja... je moet wat.

Tijdens de studie en het werk later bleek het trouwens ook nog een serieus en nuttig iets. Dat opschrijven en analyseren van gegevens in het algemeen bedoel ik. Het eigenschappenlijstje van die jongens heb ik weggegooid. Jammer, had graag nog een keer een controle 30 jaar na dato gedaan, haha, om te zien hoe ze allemaal dikke lelijke kale (bijna) midlife mannen met suffe baantjes en lelijke vrouwen geworden zijn.

Maar goed. Lijstjes. Wanneer je kinderen krijgt, van die niet pratende wezens zonder gebruiksaanwijzing waar je wel heel zuinig op bent, ben je dus al snel weer met zo'n lijstje bezig. Elke zelfhulpgids en adviserende website roept dat het "zeer handig is om in een boekje te noteren hoe vaak en wanneer en in welke omstandigheden het voorkomt". Wat "het" dan ook mag zijn.

Dus begonnen we al vrij snel na de geboorte van de eerste met een heuse excel sheet waarin man en ik aantekenden wanneer het kind een fles had gehad. Handig omdat we afwisselden en we niet altijd van elkaar wisten wanneer er gevoed was (bovendien ben je zo verrot de eerste tijd dat je het zelf ook niet meer weet). Ik kan nu nog terughalen wat er dat eerste half jaar aan poedermelk in is gegaan, op welke tijden, en hoeveel gehuil / slaap / teruggegeven mondjes / poep en plas dat opleverde en zou daar een prachtige analyse op los kunnen laten. Erg nuttig, maar inmiddels minder actueel. (Op patat lijkt hij prima te groeien en de boertjes komen er ook uit zonder onze hulp.)

Wel volgden daarna nog weer hele andere lijstjes, voor elk kind wel wat. Stapels met notitieboekjes heb ik liggen (en dan vraagt men zich nog af waar die thuisblijfmoedertjes zo moe van worden...). Ik houd bij wat er gegeten wordt op een dag. Lijstjes met ingenomen medicatie en vermeend resultaat. Een molboekje. Sinds kort ben ik begonnen met een boekje met op de voorkant in grote letters het p-o-e-p boek. Wat gaat er in, wat komt er -en vooral ook wannéér- uit. Het onderwerp van deze studie kan bijna zelf lezen, maar moet nog steeds door ons aan zijn haartjes naar de wc worden gesleurd, anders zit het er na drie weken nog in en begint hij vreemd gedrag te vertonen (en ik ook).

Morgen maar eens langs de huisarts, met mijn boekje. Mij verrassen ze niet meer met moeilijke vragen.

zondag 3 maart 2013

Ochtendritueel

Oudste, wil je je aankleden? Ik weet dat het weekend is, en dat het pas kwart over negen is, maar over een half uur moet je weg. Bovendien ben je al twee uur wakker.

Oudste, eet je ontbijt op.
Oudste, kleed je aan.
Oudste, laat je broertje nou maar, jij moet eten en aankleden. Kun je misschien ook nog tandenpoetsen als je vlot bent.

Is je ontbijt al op?
Oudste, schiet op. Laat die poes met rust en doe wat je moet doen.
Oudste....
Oudste, aankleden!
Niet spelen, ga nou aankleden. Alsjeblieft!
Nee ik ben niet boos, maar schiet nou eens op.
Oudste...
Nog vijf minuten, dan moet je weg.
Nog één minuut.
Als je nu niet opschiet kom je te laat. Mag je de eerste wedstrijd niet mee doen.
Niet leuk voor jou ook niet voor je team.
En papa komt ook te laat voor zijn eigen wedstrijd zo.
IK BEN NIET BOOS, SCHIET OP!!

Oke, oke, ik zeg al niets meer.
(....)
Maar denk je dat je het wel gaat redden op tijd te komen als ik niets zeg?
Ok, regel het zelf maar.
(...)

En dan piept oudste. Waar is zijn tas dan? Waarom wij die verstoppen? Hij ligt niet bij de kast maar er naast. Waarom moet hij eigenlijk nu al zijn sportkleding aan, hij kan zich daar toch ook omkleden? En hij begint de oneindige rij schoenveters van zijn sneakers op zijn dooie akkertje los te trekken. Zijn sportschoenen, die ik al min of meer klaargezet had om maar gelijk nu aan te trekken i.p.v. over een kwartiertje in de hal, hebben gelukkig nog gewoon klittenband.

Arrrgggggggggggh.

Maar ik zeg niets. Ik kijk niet, ik kreun niet. Ik ben zo zen als maar kan, in ieder geval uiterlijk. Al spring ik bijna uit mijn vel. Hij denkt het zelf te kunnen en wil in ieder geval nu even mijn bemoeienis niet. Dus dan moet hij maar zonder stick en schoenen in de sporthal aankomen. Als hij al op tijd komt.

Papalien, fluister ik zachtjes als oudste niet oplet (wat vrij eenvoudig lukt, haha) heeft hij zijn stick?

Als ze eindelijk in de auto zitten durf ik weer van mijn strijkwerk op te kijken. De stick is verdwenen. De drinkfles staat er nog. Hij kan wel zonder denk ik. Een blik op de klok leert dat hij het waarschijnlijk toch op tijd gaat komen. Net.

vrijdag 25 januari 2013

Gebruiksaanwijzing

En toen had ik opeens ook zo'n irritant krijsend peutertje dat plat op zijn buik met stampende voetjes en vuistjes overdwars in het gangpad bij de supermarkt héél héél boos bleef liggen zijn. Niet omdat hij geen snoep van me mocht, niet omdat het winkelen te lang duurde. Maar omdat ik het waagde een fles smoothie in mijn mandje te stoppen waarvan hij uitdrukkelijk had gezegd dat hij dat niet wilde (maar ik wel, lekker!). Het had net zo goed een pak melk, een blik witte boontjes of een roze olifant kunnen zijn, meneertje vond het vooral nodig even te laten weten ook een stem te hebben. En wat voor een.

Ik houd van duidelijkheid. Dat m'n kind bijvoorbeeld gewoon vertelt dat hij het biebuitje met de peuterspeelzaal wel lang vond duren, dat hij wat verward was omdat ik ook nog een ander speelzaalkindje in mijn auto meenam, dat hij het niet leuk vindt om door de sneeuw te lopen en dat hij tot over zijn oren verstopt zit en daar behoorlijk last van heeft. En die combinatie is al helemaal niet fijn. Maar ja, je bent drie(*), dus dat uitleggen kan je nog nie. En dan moet je moeder er maar naar raden en putten uit haar ervaring. Waarom hebben kinderen geen dashboard met knopjes en metertjes waarop je kunt aflezen wat er mis is? Een gebruiksaanwijzing?

Gelukkig zit er wel een gebruiksaanwijzing bij het tubetje dat ik net bij de apotheek heb gehaald. Dat lost in ieder geval één probleem op. Een rustig weekend met veel gezond eten, slaap en wat dooi doet vast de rest.

(*) of zeven of negen jaar, al kunnen ze beter praten, het blijft vaak raden naar de oorzaak als ze opeens bijzonder gedrag gaan vertonen...

vrijdag 14 december 2012

Eetlust

Het begint haast een obsessie te worden. Was het eerst nog een soort overerving van mijn moeders zorgzaamheid en gastvrijheid, tegenwoordig neemt het obsessieve vormen aan. Wil je wat eten, wat zal ik voor je maken? vraag ik zodra ik er eentje zie. Zal ik melk inschenken? Yo.ki? Een gevulde koek? Alsjeblieft? Als je nu die oliebol eet krijg je tien euro van me en hoef je de hele zomer je kamer niet meer op te ruimen. Zucht.

Ik heb drie slanke kinderen. Al waren het grote baby's, ze zijn van nature slank gebouwd. Maar vooral ook hebben ze niet zoveel met eten. De een nog minder dan de ander. Wil er bij dochter nog wel eens iets in wat ze lekker vindt, oudste leeft op een dieet van lucht en kale macaroni. Peuter doet zijn naam (Jo.ris-Carni.voris) eer aan en houdt het bij worst, vlees, vlees en worst. En de stukjes vlees van het bord van zijn brusjes. Maar drinken, dat blieft hij niet. 

Oke, ik sla door. (Ze eten ook wel eens toffees. En boterhammen, de oudste twee, dan. En jongste lust pudding.) Maar ik meen het wel dat ik er doodmoe van word. Die welgemeende tips uit de blaadjes als "laat je kinderen helpen eten uitzoeken" of "maak het gezellig aan tafel" en "ze gaan wel eten als ze honger hebben" zijn blijkbaar ook voor ander soort kinderen dan ik heb geschreven. Met die laatste tip had ik trouwens altijd nog wel wat. Ik geloofde dat een kind zichzelf niet uithongert en wel een keer iets gaat eten als zijn lichaam erom vraagt. Maar sinds het gewicht van oudste al een tijdje niet meer toeneemt en peuter het presteert om de hele dag niet te willen drinken of plassen tenzij ik hem dwing, ben ik ook van dat vertrouwen verlost. 

Het kieskeurige op het gebied van eten zit in de genen ben ik bang, van beide kanten. En dus weet ik ook vrij zeker dat later uiteindelijk wel goed zal komen. Dat ze ook zullen gaan genieten van olijven en vis en paprika's met brie, maar dat komt waarschijnlijk pas als ze het huis uit zijn. Ondertussen moet ik zorgen dat ze niet uit huis gepláátst worden voor ze 18 zijn, wegens ondervoeding en verwaarlozing.

Tel bij de kieskeurige genen nog wat langzaam eten en weinig trek, de peuterpuberteit, wat valse virusjes én vermoeidheid op en je kunt je misschien voorstellen dat ik momenteel met mijn handen in mijn haar zit. (En frustraties, beste lezers, zijn voor de lijn van een emotie-eter als ik niet zo geweldig. Gelukkig zijn alle chocoladeletters inmiddels op. Oók de J van Jammalien...)

Over een paar jaar lach ik me waarschijnlijk rot om dit logje, als ze in de puberteit zitten en de boodschappen en de grotere maten kleding niet aan te slepen zijn. Maar nu moet ik snel even beneden gaan kijken of oudste misschien nog zin heeft in een zelfgemaakte aardbeienvollemelkmilkshake. Met roomboter.

Mammalien is er nog....

maar blogt hier niet meer. Lees hoe het met haar en de haren gaat op https://saralien.nl