Ik zit net in bad als oudste de badkamer binnenkomt. Of hij er bij mag. Ik had me een beetje verheugd op mijn rust en mijn boek, maar vooruit, hoe vaak krijg je een achtjarige in je bad?
Hij is in een spraakzame bui en praat honderduit. Over tieteneiland (
ja sorry, ik heb geen badpak aan en het bad is nét niet diep genoeg) Over meisjes, dat hij wel een vrouw moet gaan zoeken ooit, maar dat dat best lastig is omdat de meeste al getrouwd zijn. Bovendien moet hij eerst een baan zien te vinden. Hij moet er diep van zuchten.
Het gaat ook over pakjesavond en de sint. Wanneer papa of ik iets in de schoenen gaan doen die klaar staan bij de brievenbus. Hij gelooft echt niet meer, hij weet hoe het zit. Maar, zegt hij, toen hij vier was, op pakjesavond, toen er een enorme zak met speelgoed voor de deur stond en hij opendeed, zag hij toch nét een stukje rode cape verdwijnen. Dat was Sint, dat wist hij toch echt heel zeker, in ieder geval toen hij vier was.
Je hoort zijn hersens kraken, en dan trekt hij trekt een komisch hoofd en zet een gek stemmetje op: "En wat bewijst dat?!" Ik weet het niet. "Dat Sinterklaas is doodgegaan na mijn vierde! De meesterspeurneus heeft het opgelost!" Hij kijkt me aan alsof hij Tatort zelf is, met een flinke borrel op dan. Ik moet ontzettend hard lachen, en dan is het hek natuurlijk van de dam.
Hij bestookt me met allerlei fantastische theorieën en onbegrijpelijke moppen en plenst ondertussen woest door mijn bad. Al gauw staat er meer water naast dan erin, en moeten we van ellende maar beneden op de bank verder. In pyjama en samen onder een grote warme deken. Verhalen vertellen, grapjes maken, en lekker knuffelen. Dat mag namelijk ook gewoon nog steeds, al is hij bijna negen en moet hij over een tijdje toch eens serieus gaan nadenken over het huwelijk en een vaste baan.