zondag 5 mei 2013

Ontspannen op vakantie

Eén van de redenen dat ik sinds ik kinderen heb soms als een berg tegen op vakantie gaan opzie is dat het zo vermoeiend is. Het schijnt dat je op vakantie zou kunnen uitrusten, alle zorgen even achter je kunt laten. Ik merk daar niets van. Ben ook altijd weer opgelucht als het klaar is.

Vooraf en achteraf is het altijd een heel gedoe. Ik ben vóóraf altijd druk met het huis opruimen (je laat geen vies onopgeruimd huis achter, toch?), plannen en organiseren, inpakken. En achteraf moet ik weer uitpakken en bergen met was verzetten. Per kind verdwijnen er altijd sowieso drie paar kledingsetjes per dag in de koffer: je weet het maar nooit met het weer, en ze weten het toch altijd weer zo vies te maken dat ze elke dag schone kleren blieven.

Verder is het op zo'n vakantieadresje voor mij zelden rustig zitten. Ben aan het zorgen, opletten, voortdurend alert op wat er zou kunnen gebeuren. Inmiddels zijn we uit de fase dat tijd en samenstelling van melkflesjes en fruithapjes nogal nauw luistert, breekt de pleuris niet meer uit als we de favoriete knuffel niet ingepakt hebben en hoef ik ook niet meer de hele dag op te letten dat ze zich bezeren aan ongelukkig geplaatste trapjes of hun fikkies in de open haard steken. Twee van de drie hebben hun zwemdiploma's en van eentje (..) weet ik zeker dat ze niet zomaar zal verdwalen als wij haar even uit het oog verliezen....

Het voortdurend opletten is tegenwoordig dus wel iets minder geworden. Maar toch. Ik maak het mezelf veel te moeilijk, loslaten is niet mijn sterkste punt. Dat van hun ook niet trouwens. Ze zijn gewend en vragen zéker op vakantie (waar in dat kleine rothuisje verder niet zoveel te doen is als thuis en er ook al geen vriendjes om de hoek wonen) om aandacht ende vermaak. Om half zeven staan ze op, om half acht is die bal en het bos buiten niet leuk meer en willen ze wat "doen". (Wat gaan we nu doen, mama? Schat, het subtropisch zwembad en de achtbaan gaan pas om tien uur open... )

Onnodig te zeggen dat we natuurlijk géén dingen gaan doen die ze niet alle drie leuk vinden, laat staan iets dat wij volwassenen graag doen en waar kinderen heel chagrijnig van worden - zoals uit eten bij een heus restaurant of langs een bezienswaardigheid, de sauna in of gewoon rode wijn slempen op een terras. Niet omdat ik vind dat ze dat niet moeten leren (zich aanpassen of bezienswaardigheden leuk gaan vinden bedoel ik, dat slempen hoeft niet persé), maar vooral omdat ik het niet leuk vind mijn favoriete ding te doen als de rest zich niet vermaakt. Andersom hebben wij een fijne vakantie als de kinderen lol hebben.

Dus ga ik de komende week met frisse moed langs achtbanen en speeltuinen, doe ik misschien zelfs wel een spelletje kaart als het echt niet anders kan en probeer ik kleuter warm te laten lopen voor bizarre vakantie-achtige activiteiten zoals voetballen. Lees ik mijn boek wel uit als we weer thuis zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Wat denk jij er van?