Mijn eerste eigen huisje, een bovenhuisje van twee verdiepingen, "een maissonette", wat een stuk chiquer klonk dan het was. Al was het een huurhuis, het was mijn, ons, eerste eigen huis. Van mij, van E., en van Sjors en Sjimmie, twee lieve stamboomloze katertjes met niet bijster originele zwart-wit en rode looks. Het huis was oud, en het zat niet al te best in de isolatie. We moesten eerst de donkerbruine verf en het jarenlang opgespaarde vet van de vorige bewoonster er afkrabben, toen hebben we de eerste verdieping zonnig sienna-geel en de bovenste koel kreta-blauw geverfd. Bijpassende zachte vloerbedekking, wat nieuwe meubeltjes en we waren er helemaal thuis. Vaak zat ik op de brede vensterbank achter het grote raam te kijken wat er allemaal op straat voorbij kwam. Het was gezellig, ons eigen huisje, middenin het centrum van een leuk dorpje.

Een paar jaar later ging de verkering uit en verhuisden we. De zwarte poes ging dood, een jaar later de rode. Vorige maand is
(ondanks dat ex-en gedoe mijn nog steeds zeer dierbare vriend) E. overleden aan die klote ziekte, en toen ik vorige week toevallig door ons oude straatje reed zag ik dit. De huisjes worden gesloopt. Door het open dak zag ik nog wat flarden kreta-blauw boven, en één van buurvrouw's deuren was zomaar in het eens zo keurige voortuintje van de buurman beland.
Fijn voor de bewoners denk ik, nieuwe en vast betere huizen. Maar toch voelde ik me wel een beetje vreemd. De laatste
mastodont overlevende van een tijdperk dat al lang is afgesloten, zo iets.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Laat maar horen!