zondag 28 februari 2016

Zwemles, deel zoveel

'Mama, er zijn soms kleine kindjes, die beginnen met zwemles en het nog een beetje moeilijk vinden. En dan doen ze niet zo goed mee.' Soms geeft jongste helemaal uit het niets opeens blijk van enorme inzichten in de wereld om zich heen en zichzelf in het bijzonder.

Ik moet zeggen, het inhuren van die zwemjuf die hem tussendoor wat privé bijles geeft, was een gouden zet geweest. Haar zwemles is vijf keer zo duur, maar twee keer zo lang, tien keer zo intensief en ik weet niet hoeveel keer zo effectief als wat hij eerst bij de gewone zwemschool deed.

Inmiddels kan hij dus schoolslag rug, drijven en duiken, rug- en borstcrawl, allemaal zonder drijfmiddelen (vooral dat duiken gaat zonder drijfmiddelen een stuk beter). Alleen de schoolslag buik, dat is nog wel heel erg lastig. Armen én benen tegelijk in de juiste stand te krijgen! Maar ook dat gaat steeds beter. Ik heb er vertrouwen in.

Hij lest gewoon nog steeds elke week bij de zwemschool hier op de hoek, inmiddels wel in een kleiner groepje met een kindvriendelijke maar besliste en serieuze zweminstructeur. Jongste staat er enthousiast bij en doet (meestal) netjes mee met de oefeningen. Heeft soms een klein duwtje nodig om weer even "aan" gezet te worden, maar over het algemeen gaat het prima. Zeker als er wedstrijdjes worden gedaan en hij het idee heeft dat hij winnen kan.

Binnenkort gaat de groep verkassen, naar het "diepe". Dat niet zoveel dieper is maar vooral kouder (het ijsberenbad, aldus een van de kindjes). Dan mogen er baantjes getrokken worden en meters gemaakt. Ben benieuwd.


zaterdag 20 februari 2016

Engeltjes

En nét als je je vreselijk aan ze ergert en (omdat?) je je zorgen om ze maakt... slaat alles om.

Een super vrolijk drietal, spelen lief spelen samen, en ieder met hun eigen vriendjes. Snappen zoveel meer dan ik denk en lijken precies te weten hoe ze het allemaal gaan doen.

Ook hoe ze die rare moeder blij moeten maken. De één geeft me kusjes en complimentjes, de ander gedraagt zich engelachtig tegen de brussen, de derde ruimt netjes de vieze borden op. Aan het einde van de dag zat ik met een stralende glimlach op mijn gezicht hun en mijn zegeningen te tellen.

Misschien heeft een van de reageerders wel heel erg gelijk, en moet ik de overgangshormonen niet al te zeer onderschatten. (Iemand nog een pilletje tegen wisselende stemmingen?) 

donderdag 18 februari 2016

Bad mama day

Na een slechte nacht vol pieker ende peins - in dit geval over oudste en jongste - was het opeens toch zeven uur. Tijd om op te staan, want de kinderen moeten klaargemaakt voor school. Ik hijs me dus maar uit bed en ga ze "helpen".

Dat flesje, die pamper, dreumesbeentjes in maillots wriemelen en maxi-cosi's inpakken, dat was ooit een heel werk. Tegenwoordig kunnen ze natuurlijk van alles zelf. Helaas liggen de problemen nu vooral bij het niet willen en niet bij het niet kunnen. 

Zoals gewoonlijk willen de tieners niet wakker worden, en al helemaal niet naar school. De zesjarige staat al wel te trappelen en probeert met veel lawaai en bruut geweld te zorgen dat de brussen tóch hun ogen niet meer dicht doen. Negatieve aandacht is ook aandacht, tenslotte. Waarop drie korte lontjes voor een enorm vuurwerk zorgen. 

En toen barstte de bom bij mij ook. Wat nou "erboven" staan als opvoeder, wat nou loslaten. Ik had het gewoon even helemáál gehad. Waarom moet ik altijd alles honderd keer zeggen (nietjezusschoppen, nietschreeuwen, tandenpoetsen, aankleden, lichtuitalsjedekameruitgaat, opstaanopstaanopstaan) en luisteren ze dan nog niet? Ik gaf het dus maar op en ben in een donker hoekje gaan zitten sippen.

Wat had ik nou wel gedacht? Dat pubers dankbaarheid tonen als ze op tijd voor die nare school wakker gemaakt worden? Dat kinderen het leuk vinden als je ze op hun ongewenste gedrag aanspreekt? Dat ze altijd zoetjes doen wat mama wil en niet tegen sputteren? Dat ze van het ene op het andere moment een enorme zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen omdat ik daar toevallig over nagedacht heb? Alsof zij uit zichzelf hun broodtrommels gaan klaarmaken terwijl ze gewend zijn dat ik dat altijd voor ze doe, 

Domme Mammalien. 

Ik denk dat er een griepvirusje in de lucht zit, of anders zit er een overgangshormoon scheef. Tijd voor schoolvakantie, dat ook. Een paar uurtjes voor mezelf, probeer ik vanochtend in ieder geval te plannen. Wordt het hopelijk niet de hele dag Bad Mama Day. 

maandag 15 februari 2016

Tante Carolientje

Af en toe kwamen er wel eens tantes en ooms van mijn moeder bij ons op bezoek, lang geleden, toen ik nog een klein Mammalientje was. Zo weet ik onder meer nog nonkel Jan (een heuse zendelingen pater ergens in Zuid Amerika), ome Arie (ome, geen nonkel, want net als mijn oma ge-emigreerd naar Nederland), tante Jeanneke en tante Carolientje. Ik vond het altijd toch wel bijzonder als er zo'n relatief onbekend oud familielid op kwam dagen.

Tante Carolientje was de jongste. Een nakomertje. Bij haar geboorte zó klein dat mijn oma haar poppenkleertjes moest uitlenen om haar zusje aan te kunnen kleden.

Tante Carolientje werd, toen ze net volwassen was, naar een Frans klooster gestuurd door haar ouders om non te worden. Waarom, God mag het weten. Zo ging dat nu eenmaal wel vaker in die tijd. Toen dienstbaarheid en jezelf wegcijferen nog een deugd waren. Zeker in de begintijd heeft ze daar geleden onder het strenge regime, en vooral ook het gemis van haar familie die maar eens in de zoveel jaar langs mochten komen. Later werden de regels gelukkig wat soepeler.

Het was een super lieve vrouw. Ze was dan wel non, maar absoluut geen stijve. Lichamelijk en geestelijk tot op hoge leeftijd een kwiek mensje. Geen zeurpiet, maar gewoon iemand met het hart op de juiste plaats. Eentje die oren en ogen goed openhield en zelf nadacht (wat haar geloof zoals gepredikt door de katholieke kerk ook niet altijd veel goed heeft gedaan) En, net als mijn oma, met veel gevoel voor humor en zin om nét wat buiten te lijntjes te lopen. Het verschil was dat mijn oma dat soms ook deed en zei, tante dácht het wel en soms zag je haar twinkelende oogjes, maar verder schikte ze zich maar in haar lot en maakte er het beste van.

Achteraf gezien had ze met haar karakter beter een leuke baan in de gezondheidszorg of als sociaal werkster kunnen zoeken dan in een klooster te gaan, maar goed. Dat was de tijdsgeest, en gebrek aan geld en kennis denk ik zo.

Ik ben naar haar vernoemd. En nu hoorde ik laatst van een of andere verre aangetrouwde achternicht die haar gekend had en mij voor het eerst eens goed bekeek, dat ik wel wat van haar weg had... Hm. En nu maar hopen dat ze het over haar mooie karakter had.

donderdag 11 februari 2016

Valentijn

Vond ik daar toch zomaar van de week op het aanrecht een leeg papieren zakje met daarop een prachtig hart getekend, de voorletters van mij en Pappalien, een pijl en een paar lieve woordjes... Heerlijk. Wat een romantische vent heb ik toch.

Zo'n broodzakje doet me meer dan een prachtig duur Valentijns cadeau komende zondag. 

(Al sla ik dat natuurlijk óók niet af, schat, mocht je meelezen en per ongeluk al wat in huis hebben gehaald...) 

woensdag 10 februari 2016

Leuker kunnen we het niet maken... maar wel nog frusterender

Blauwe envelop. Van de soort waarmee ze al een hele tijd dreigen dat hij niet meer verstuurd zal worden, omdat alle post digitaal zou moeten kunnen.

Dit keer hadden ze wel goed nieuws: ik krijg geld terug! Maar... ik moet nog wel wat doen, ze hebben kennelijk mijn rekeningnummer niet meer?

De belastingdienst blijft je verbazen. Ik betaal al járen, en krijg ook al jaren terug. Zowel op een zakelijk als een privé rekeningnummer. En nu opeens zijn ze hem kwijt? Bizar. (Zal wel weer een wannebe-automatiseerder met z'n fikken aan de software gezeten hebben...)

Dus maar even bellen met de belastingtelefoon. Wélk nummer hadden ze precies niet? Na een keuzemenu van een half uur te hebben doorgeworsteld, waarin natuurlijk om een of ander ausweisachtige persoonlijk nummer werd gevraagd wat ik niet zomaar bij de hand had, kreeg ik een meneer aan de lijn. Heel vriendelijk. Hij vond het ook raar dat mijn rekeningnummer niet meer bekend was, maar raadde me aan het toch maar online door geven. Via zus en zo en dan daar klikken.

Even later - meneer opgehangen want inloggegevens natuurlijk onvindbaar - probeer ik in te loggen. Wachtwoord verkeerd, wachtwoord opvragen, mislukt, wachtwoord toch weer gevonden, inloggen.. helaas. De route die meneer me had gestuurd werkte niet. Het rekeningnummer daar kon alléén gewijzigd worden voor belastingsoort zus en zo, niet voor zus en zo. Dat moest via Mijn Belastingdienst punt nl.

Braaf surfte ik naar Mijn Belastingdienst punt nl. Waar ik mijn eerder teruggevonden username en wachtwoord mocht vergeten en opeens weer met een Digid in mocht loggen. Eerste poging daartoe lukte zowaar, maar eenmaal binnen... BOEM. Jammer, site kapot. Probeert u het later nog eens.

Behoorlijk wat later. Inmiddels kan ik inloggen, én lees ik ergens dat mijn rekeningnummer inderdaad niet bekend is. Ik vind een link en kan het rekeningnummer wijzigen. Helaas moet er dan ook worden "ondertekend", dus weer inloggen. Ook dat lukt bijna direct in een keer. Maar dan moet er nog worden "verzonden". En helaas, er trad weer een "technische fout" aan de kant van de belastingdienst op. Moet het later maar weer eens proberen, vonden ze.

Inmiddels heeft dit geintje me een halve middag aan frustratie gekost. Gelukkig kon ik me nog nét beheersen de pc met beeldscherm en al door het zolderraam te keilen, richting Den Haag. Als het morgen nog niet lukt ga ik met een ouwe sok naar de minister. Mag hij het geld daar in gooien.

woensdag 3 februari 2016

Een heus beloningssysteem

"Mogen we ook zo'n beloningskaart als vriendin X?", vraagt dochter. Al jaren werken ze daar thuis met een soort stickersysteem. Een streepje per "goed punt", en zoveel streepjes levert een letter van je naam en als je naam vol is een beloning. Wat dan van alles kan zijn. Afhankelijk van de tijd van het jaar en de zin van de ouders.

Hier in huis zijn we niet zo van de stickers en de beloningssystemen geweest. Af en toe deed ik een halfslachtige poging. Voor elk plasje op het potje een sticker. Maar ja, plassen op het potje was zo leuk, dat deden ze ook wel zonder sticker, toen ze het eenmaal konden. En dat hapje boerenkool proeven, dat was zo afgrijselijk, dat deden ze toch niet. Daar hielp dan ook geen sticker of lange termijnbelofte aan. Met name oudste was niet omkoopbaar.

Nu hebben dochter en ik (onder lichte dwang van dochter) dus samen dus toch even een heus puntensysteem in elkaar geflanst. Voor alle kinderen. De beloning: een klein cadeautje per kind als ze het einddoel gehaald hebben, en, als ze alle drie klaar zijn, met de hele familie een etentje bij hun favoriete all-you-can-eat restaurant.

Tot zover duidelijk. Het áántal punten is ook duidelijk, tien punten keer vijf letters keer drie kinderen. Elke punt mag in de vorm van een Plaimaïs korreltje in een eigen bekertje worden gegooid. Dochter is in extase. Alle regels en beloning zijn met verschillende kleuren stift op een groot papier geschreven dat aan de muur hangt, naast de bekertjes.

Maar waarvóór ze dan een punt kunnen krijgen?  Dat varieert nogal. Zonder dat ik boos moet worden op tijd aangekleed beneden komen. Check, daar mag best eens iets aan veranderen op het moment, bij alle drie. Maar zonder zeuren avondeten opeten, met het licht uit gaan slapen, niet gillen?! Dat is voor het ene kind de gewoonste zaak van de wereld en voor de ander best een uitdaging.

Jongste probeert al weer leuk te profiteren van mijn niet zo smart gespecifieerde eisen en verzint allerlei manieren om makkelijk aan zijn punten te komen. Mama, als ik nu zelf mijn melk inschenk, krijg ik dan een punt? Kijk eens mam, ik heb mijn jas al aan, goed he? Krijg ik nu een punt? Kan ik ook punten verdienen als ik zelf mijn broek in de wasmand gooi vanavond?

Leerzaam is het dus wel. Ook voor mama's.

dinsdag 2 februari 2016

De overgang naar het voortgezet onderwijs en de zorg

Passend Onderwijs. De kranten staan er bol van. O, o, wat een zorg kunnen de scholen bieden.

Nu hebben wij een kind dat nooit zorg nodig had. Sterker nog, hij deed het allemaal zelf. De juf liet hem maar een beetje z'n gang gaan. Merkte nauwelijks op dat hij in de klas zat, bij wijze van spreken. Zijn resultaten waren toch wel goed.

Maar nu, in het voorgezet, is alles opeen anders. Is het opeens niet goed genoeg meer dat je de boel wel snapt maar dat niet heel duidelijk op papier zet. Is het handschrift dat basisschooljuffen prima konden lezen opeens een probleem voor de leraren op het voortgezet onderwijs. Er wordt veel van hem gevraagd, veel dingen waarvan hij vaak niet weet hóe of waar laat staan waarom. Alles is nieuw. "Leren" heeft hij nooit geleerd. En een echte vrije assertieve puber vol initiatief is hij ook al niet. Hij wacht netjes af en kijkt lijdzaam toe hoe ze de ene na de andere onvoldoende teruggeven.

Toetsen, en vooral de beoordeling is ook anders. Een absoluut niet geleerde toets Frans leverde begon dit jaar een één komma vier op, een wél heel goed geleerde toets maar met hier en daar een accent verkeerd en een le in plaats van een la een drie komma acht. Zuur. Maar oke.
Een wiskundetoets waar wij als ouders de avond van te voren nog van dachten dat hij het echt prima begreep (en geloof me, dat kunnen wij wel beoordelen) blijkt later toch voorzien van een vette onvoldoende. Want ja, hij werkt niet echt netjes. Schrijft te weinig tussenstappen op ("maar mama, ze zijn toch niet dóm, die leraren, dat hoef ik ze toch niet allemaal uit te leggen?")
En dat hij de allerhoogste cito score van de klas op Engels had maar een één (!) voor een SO?

Ik snap er soms werkelijk helemaal niets meer van. Toetsen mogen niet mee naar huis, ik moet het hebben van wat hij nog weet (niks, meestal) of wat een leraar in een goede bui eens wil vertellen.

Hij is overigens niet de enige, er lopen best veel (vooral) jongens in de brugklas die geen idee hebben wat ze opeens overkomt. Wat dat betreft zou de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs wel iets soepeler mogen.

Het ergste nog vind ik de houding van de leraren. Niet allemaal, gelukkig, maar er zitten erbij... Niet de beste pedagogen, geloof me. Ongeduldig en boos, reageren ze. Ergeren zich aan een kind dat niet goed oplet (alsof hij dat expres doet!) Vraag me af of ze dyslecten ook op hun flikker geven als ze spelfouten maken.

Een beetje begrip, dat zou een fijne eerste stap.

maandag 1 februari 2016

Over God en de kerstman

Jongste komt de kamer binnenstormen. "De kerstman, die bestaat echt helemáál niet!"

Ah. De rest van de familie kijkt elkaar eens aan.

En Sinterklaas dan, wil ik weten (nadat ik een poging heb gedaan hem in de goede riching te wijzen afgelopen december). "Ja, Sinterklaas zeker wel."

En God? "Soms".