zaterdag 31 oktober 2015

Haloween

Was het voorgaande jaren nog een beetje een exotisch Amerikaans iets, dit jaar krijg ik opeens van alle kanten "halloween" om mijn oren. Van verjaardagsfeestjes van kinderen tot georganiseerde wijkfeesten, een halloween feest op de middelbare school van vriendje X, zelfs NPO doet er aan mee op tv. En natuurlijk liggen ook de Xenos en de Blokker al weken vol met 'griezelig' snoep en verkleedspul.

Ik heb voor de zekerheid maar wat verpakte kleur- geur- en smaakstoffen met suikerlaag in huis gehaald om uit te delen - mocht er iemand zo gek zijn om in de winderige uithoek van de wijk waar wij wonen te komen bellen. Maar verder? Ik weet het niet, wat ik er mee moet.

Dochter, altijd in voor een feestje en dol op snoep vindt het wel wat. Hoewel ze het dan weer niet zo op skeletten en andere griezeligheid heeft. De broers hebben het nog niet zo in de gaten of vinden het nog niet zo bijster interessant, dat kan ook. Wat mij betreft laten we het even zo.

En of halloween nu Sint Maarten verdrongen heeft of dat dat óók nog moet? Ik ben benieuwd. Wat mij betreft is dat ook weer zo'n feest waar ik zelf helemaal niets van heb meegekregen in mijn jeugd. Hoorde er voor het eerst van toen we hier kwamen wonen. We hebben wel een paar keer meegedaan: dat wil zeggen, de kinderen en een door mij meegestuurde papa. Want ik vind het zelf een beetje génant, dat gebedel om snoep aan de deur. Zeker bij mensen die je nog moet uitleggen waarom die zingende kinderen bij hun voor de deur zo staan te kwijlen in afwachting van een snoepje (dat ze nooit zullen opeten omdat hun mama graag de enorme vangst aan suikers halveert door in ieder geval de niet verpakte voorgekauwde snoepjes van rochelende bejaarden te laten verdwijnen...) 

Dus. Eh. Ja. Leuk, wel, voor de kinderen. Maar zeker weten doe ik het nog niet.

donderdag 15 oktober 2015

Bijles

Onze jongste mag dan officieel hoogbegaafd genoemd zijn, meer dan twee jaar vooruitlopen met reken en leeswerk, het eerste zwemdiploma zit er voorlopig nog niet in. Al anderhalf jaar zit ik langs de rand van het zwembad, te kijken hoe hij vooral niet zwemt.

Watervrij, dat is hij wel. En duiken kan hij echt prima. Hij heeft echter na anderhalf jaar nog steeds geen idee hoe hij die armen en benen nu moet draaien in kikkervoeten of molens, maar verdrinken doet hij ook niet echt.

“Jammer,” vindt zijn zwemmeester, “dat hij zich zo goed redden kan. Anders zou hij wel móeten”. Zwemmeester heeft de theorie dat kinderen eerst kijken en luisteren, en dan – liefst in het diepe zonder bandjes – soort van vanzelf de slag zelf gaan oefenen, dat steeds beter gaan doen als ze merken dat het effect heeft. Leuk, maar zoon snapt er niks van en gaat al snel op zijn eigen niet goedgekeurde manier verder om toch maar boven te blijven.

Daarbij is zoon een genie in het ontduiken van iets wat hij moeilijk vindt, dus dat schiet ook niet op. (“Slechte concentratie”, concludeerde meester – volgens mij ten onrechte. “Maar het is wél een leuk kind, lekker druk!”)

Hij is al een keer een groepje blijven zitten, en nu na een paar weken zwemmen de overige negen kinderen (meisjes) uit het nieuwe groepje hem weer en-masse voorbij. Zonder bandjes. Soms doet hij leuk mee, even. Maar als het moeilijk wordt geeft hij op, en gaat hij in de clown- cq weigerstand. Ik erger me groen en geel vanachter het raam. Sta ik daarvoor om 7 uur op, in het weekend?

Dus heb ik juf Y ingeschakeld. Juf Y, een ervaren zwemjuf van de oude stempel, geeft privé-zwemles aan noodgevalletjes. Zeer duidelijk, lief maar streng. Ze zit er letterlijk bovenop, geen ontsnappen mogelijk: hij moet aan de bak. Samen in het zwembad, elke beweging wordt becommentarieerd. Voeten naar buiten, nee, néé, beetje zo, ja! Die was goed. Na anderhalf uur was hij bekaf maar had hij meer geleerd dan de anderhalf jaar daarvoor.

Het kost me nog weer even wat meer geld en tijd, maar ik denk dat het de moeite waard is. 

zondag 11 oktober 2015

65

Vandaag zijn mijn ouders 65 jaar getrouwd! De burgemeester komt deze week langs, ze hebben een brief van de koning gehad. Heel officieel allemaal.

Ook wij als familie hebben er wel iets aan gedaan (taartje, cadeautje, bloemetje, bezoekje) maar het échte grote feest komt nog. Zoals dat vroeger ging zijn ze namelijk twéé keer getrouwd. De eerste keer "voor de wet". Met een mooie jurk aan langs het gemeentehuis. Dat was meer een formaliteit en noodzakelijk om op de wachtlijst te kunnen komen voor een (huur)huis. Maar het échte huwelijk, met witte jurken en slepen en een groot feest voor de hele familie (en niet te vergeten de huwelijksnacht gevolgd door het echte echtelijk leven...) was pas een half jaar later, toen het huwelijk in de kerk door de pastoor werd voltrokken. Het "voor de kerk" trouwen is wat zij zelf altijd hebben gezien als hun trouwdag.

Over een half jaar hebben we hopelijk dus nóg een keer een 65 jarig huwelijksfeest.



Fysio

Al een hele tijd heb ik een of ander lullig pijntje aan de voet. Niet onoverkomelijk, maar wel lastig. Dus stapte ik met pijnlijke voet en al nietsvermoedend de praktijk binnen waar ik dan toch maar een afspraak had gemaakt. Hij keek op, noemde mijn voornaam en lachte breed.

Waarop ik dan nét niet flauw viel. Ook heb ik niet gebloosd en/of gestotterd zoals ik dertig jaar geleden zou hebben gedaan. Was de fysio voor zoonlief laatst al niet te versmaden, deze was echt helemaal het type waar ik in mijn jonge jaren als een blok voor viel. Met een sausje moderne tijd er overheen, dat wel. Aangenaam verrast lachte ik dus terug.

Maar ik heb al eens eerder geblogt over mijn voorbereiding op dit soort events. Dat ik soms wat persoonlijke verzorging vergeet te plegen voor ik bij arts-achtig types kom die me opeens willen gaan bekijken of betasten op plekken die ik niet had verwacht en misschien wel schoon maar niet helemaal eh, model-proof zijn.

Was ik vorige keer iets te laks met de ontharing geweest toen de gynaecoloog de echo opeens inwendig wilde doen in plaats van op de buik, dit keer had had ik mijn schone blote voeten in keurige zwarte pumps gepropt – helemaal vergetend dat die zool nogal afgeeft. Mijn voetzool zag er dus enigszins gevlekt en geblakerd uit. Gênant. Zeker omdat het behoorlijk te verwachten was geweest dat hij dáár zou gaan kijken en voelen. Hoe onnadenkend kun je zijn…

Hij vertelde me gelukkig alleen dat het er ‘keurig’ uitzag, die benen en voeten, bouwtechnisch gezien dan. Geen problemen. En greep me vervolgens in de houdgreep om me soort van dubbel te vouwen (‘krak’, zeiden een paar botten ergens in mijn rug?!) en helemaal te smoren zodat ik ook geen lucht had om een gegeneerd lachje te laten horen. Een stevige massage van de kuitspier waar ik de rest van de week last van heb gehad, en toen mocht ik weer gaan.

En morgen weer terug. Ik voel geen enkele verbetering in die hak. Maar ik heb voor de zekerheid mijn beide benen helemaal onthaard en wat nagellak op de teentjes aangebracht. Ik twijfel nog over de mascara.

zaterdag 10 oktober 2015

Geheugen

Elke avond lazen we samen. Hij een stukje, ik een stukje. Hij in de halfhoogslaper, ik er naast. Uren heb ik zo gestaan. En wat hadden we het gezellig samen.

En nu is broer zes, ligt in dezelfde hoogslaper en las gisteren een boekje van de stapel die broer toen ook had. Het boekje was hier en daar best moeilijk, maar die laatste paar zinnen deden het hem, daar moest hij zó om lachen! Weet je nog, oudste?

Natuurlijk mam. “Kom in mijn armen dikke griet! .. Kom in mijn armen dunne spriet!”, weet hij nog letterlijk. En “dat las papa heel grappig voor”…

Zucht.

woensdag 7 oktober 2015

Jassen

Vanmorgen, bij net op het nippertje vertrek naar school, bleek zoon de derde jas in zes weken kwijt te zijn geraakt. Kapstokken zijn er niet op school, het kluisje is te ver lopen en bovendien heeft hij zijn sleutel altijd thuis liggen. Gelukkig had ik nog ergens een afdankertje liggen, die moest hij dan maar aan.

Op weg naar huis appte hij verheugd: ‘Mam, goed nieuws! Ik heb nu 2 jassen!” Al snel gevolgd door: “Maar die van vandaag ben ik weer kwijtgeraakt”.

Even later was hij thuis. Met de twee donkerblauwe tussen-jacks – eentje gisteren verloren, de ander al ruim twee weken terug. Toen de lichtblauwe van vandaag weer spoorloos was is hij langs de receptie gegaan met de mededeling dat hij “nogal veel jassen verloren had de laatste tijd”. Deze twee doken op uit de doos met gevonden voorwerpen. (“Mam, van die ene wist ik het zeker, en die andere paste ook.”) Ik heb er met een viltstift toch maar even een naam in gezet, kennelijk ook bij brugpiepers geen overbodige luxe.

Mijn advies om die van vandaag morgen bij de gevonden voorwerpen te gaan zoeken wees hij af. “Mam, dat durf ik niet”, giechelt hij. “Hoe denk jij dat het overkomt als een jongetje van twaalf elke dag een paar jassen komt ophalen?” Eh, tja.

vrijdag 2 oktober 2015

Natuurlijk ben ik niet boos,verdomme

Oudste komt net thuis. Begint wat te mompelen over fiets die het niet helemaal goed doet. "Er was een probleempje." Blijkt hij tegen een auto aangereden, vanochtend op weg naar school?! Maar durft dat dan amper te vertellen omdat hij bang is dat wij boos worden.

En nu ben ik boos ja. Heel stilletjes, in mezelf, op mezelf. Ik voel me een waardeloze moeder dat mijn kind zoiets niet durft te vertellen omdat hij bang is dat wij boos worden.

De bestuurder belde toevallig net naar zijn mobiel om te vragen hoe het met hem ging, dus toen ik daar mee praten mocht hoorde ik dat het best wel wat serieuzer was dan ‘een beetje gevallen maar ik heb niks en verder valt schade ook mee’. Potver. Kind, zég nou eens wat. Praat nou eens over jezelf en kom wat meer voor jezelf op.