zondag 14 juni 2015

De grote gele M

Vroeger, ik was er dol op. De eerste keer, ik was een jaar of 7, meegenomen door mijn grote broer naar Rotterdam. Na de Euromast volgde mijn eerste Big Mac. Nou ja, een stukje dan. Ik kon hem nauwelijks vasthouden, laat staan opeten.

Later als puber en als twintiger kwam ik er ook graag en vaak. Met zus, met vriendinnen, met verkering. Mijn huidige verkering én mijn kinderen zijn er ook dol op. Maar… ik heb het een beetje gehad met die gele M.

Nog los van alle weerzin die je tegen fastfood en grote multinationals en milieuvervuiling en weet ik wat kunt hebben, ik vind het eten er gewoon niet lekker meer. En eigenlijk ook niet zo goedkoop als ik ooit dacht. Na een paar keer echt last van mijn buik te hebben gehad bestel ik meestal geen milkshakes of ijs meer, en laat de grote burgers liggen. De patat is te zout, de appeltaart niet echt. Maar zo’n wrap of een cheeseburger kan toch nog steeds best wel lekker zijn.

Veel beter dan in eten maken zijn ze in marketing trouwens. Volgens mij hebben ze een heel leger van de beste psychologen in dienst. Elke keer stink ik er weer in namelijk. Een cheesburger op een affiche, de grote gele M ergens in de verte op een paal zien staan als je op onbekend terrein trek krijgt. Een deel van mijn brein schreeuwt me toen om er zo snel mogelijk langs te rijden. Uiterste wilskracht heb ik nodig om mezelf tegen te houden.  Maar het lukt.

En uiteindelijk zwicht ik dan toch, voor de kinderen. Is de nood hoog, zijn de kinderen moe, uitgehongerd en vervelend, ben je onderweg en weet je even niets anders… De grote gele M is vaak de oplossing voor al je – tijdelijke – problemen. Je hoeft niet lang te wachten, je kunt er niets kapot of vies maken, er is zelfs een soort mini speeltuintje. En vooral, je weet precies wat je er kunt kopen en hoe het smaakt:  kleine zakjes patat met gele frietsaus, dus alle kinderen blij.

Gisteren was het weer zo’n dag dat ik nog maar één uitweg zag en belandde ik met kleuter en dochter bij een vestiging van de grote gele. Ik kan me nauwelijks herinneren hoe ik er gekomen ben, maar opeens zag ik mezelf zitten. Met een ballon achter mijn ene elleboog, de jas van jongste achter mijn andere. De dubbele cheeseburger achter de kiezen en nog wat dooie koude resten patat van kleuter wegwerkend. De kinderen zelf hingen inmiddels in de klimmuur, samen met veel te veel andere kinderen.

Bah. Domme ik. Ik heb mezelf – wéér – ingeprent: dit voorlopig maar even niet meer…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Wat denk jij er van?