vrijdag 29 mei 2015

Sterk

Anderhalve week na de operatie zitten we. Ik zie haar zitten op de bank, het gaat goed. Ze heeft zich weer aangekleed, houdt af en toe haar buik nog vast maar ziet er al weer een stuk beter uit. Ze klaagt wat over de prikken die ze van de trombosedienst krijgt `daar heb ik meer last van dan van die hele operatie`. Maar als de wijkzorg langskomt om te informeren hoe het verder moet met de zorg voor mijn vader zit ze alweer vol praatjes. Ze kan het best zelf. En ze doet het alleen niet omdat het niet mag van de familie. Maar pijn heeft ze niet echt gehad, ze herstelt hartstikke snel.

De wijkzuster kijkt mij aan, we wisselen wat non verbale informatie uit. Houdt ze zich écht rustig genoeg, wil ze niet teveel doen? Nou, het gaat. Zij kijkt naar mijn moeder en neemt haar petje af voor zoveel vitaliteit en doorzettingsvermogen. Mijn moeder zelf verwondert zich er alleen maar over waarom iedereen haar steeds waarschuwt, noodscenario´s voorschotelt, vraagt of ze pijn heeft en zegt dat ze niks mag doen. Ze is vooral heel verbaasd over artsen en verpleegkundigen die haar complimentjes geven en haar zo sterk vinden. Dat ze door de familie werd overstelpt met lieve brieven en bloemen en aardige woorden. Ze doet nu wel wat rustiger aan, dat heeft ze echt wel begrepen, maar ze wil wél weer verder. Geen gezeur. Daar houdt ze niet van.

Ze zit op de bank, broos oud mensje, maar met kleur op haar wangen en vuur in haar ogen. Ze heeft een goed gestel meegekregen bij haar geboorte, zegt ze. (En daar altijd goed voor gezorgd met veel bewegen, niet roken of drinken en weinig eten). Die genen, dat hebben wij kinderen dan ook maar mooi weer mee, vindt ze. Als een soort cadeautje dat ze ons kan geven.

Het is denk ik wel waar. Maar los van dat sterke gestel hoop ik ook wat van de sterke geest te hebben meegekregen. Want dat scheelt de helft.

(Over een jaar of veertig lees je me verder, hoe ik ben als ik 86 ben. Hoop dat mijn moeder er dan ook nog wat van meekrijgt…)

donderdag 28 mei 2015

De gezinsplanner

Ik doe thuis al jaren het agendabeheer. Niet alleen voor mezelf, voor de drie kinderen. En man. De poezen en tegenwoordig ook de afspraken voor mijn ouders die nog wel eens ergens heen gebracht moeten worden. Ik lijk de enige te zijn die inzicht heeft in wat er wanneer gebeurt. Dus moet ik man op tijd helpen herinneren dat hij 's middags zoon naar de tenniscompetitie moet begeleiden (net voor hij de deur uit stapt om een boodschapje te gaan doen) , moet ik zoon elke dinsdag herinneren aan zijn tennisles, en moet ik zorgen dat jongste geen speelafspraakjes thuis maakt als ik dochter moet wegbrengen naar haar donderdagse musicalclubje. Vooral dat laatste, dat het ene gezinslid soms afhankelijk is van de afspraken van de anderen, dat is voor een kind niet echt bij te houden. Dus dat doe ik.  

Volgens mij is het iets des moeders, dat wandelende externe geheugen zijn. De eerste paar jaar ging het nog, met losse briefjes op het prikbord en de rest in mijn hoofd. Tot er meer kinderen kwamen, ze steeds meer op hun programma kregen en ik er gek van werd.

En nu hebben we sinds een paar jaar een gezinsplanner. Een wat? Een gezinsplanner ja. Zo'n enorme grote zware papieren weekkalender voor aan de muur. Met vijf rijen, voor elk gezinslid een. Met foto's en vrolijke stickers. Had het me verteld toen ik twintig was en ik was gaan braken, maar inmiddels is het mijn steun en toeverlaat en ben ik er maar wat blij mee.

Mam, wanneer is het schoolreisje? Kijk maar op de kalender, schat. En op zondagavond een blik op de volgende bladzijde en ik en het kroost weet een beetje wat hun te wachten staat. Desnoods lees ik het hardop voor, de belangrijkste punten nog eens extra aandikkend.

Moet wel zeggen, bij het ene kind werkt het beter dan het andere. Jongste is echt een mannetje van de klok, eh, van de kalender. Die leest er zelf met zijn zes jaar graag op hoe en wat ("over twee weken is de poes jarig, op 30 april!"). De oudste, bijna brugklasser, heeft zelf een eigen, zeer maagdelijke agenda in zijn tas, een zo mogelijk nog maagdelijkere versie in zijn hoofd en leeft vooral bij het moment.

Gelukkig ben ik er nog, hoofd planning en organisatie, met overzicht. Maar ook ik ben de weg wel eens kwijt. Na weken vol feestdagen, studiedagen met lange weekenden, schoolreisjes en andere ongein ben ik het spoor bijster. Zo was ik vanmorgen al helemaal blij dat we op tijd op school waren mét gepoetste tanden, bleek ter plekke dat zoon's gymtas (hij heeft zeker een kwartier besteed aan het zoeken naar zijn gymschoenen) overbodig was. Dochter was nou net vandaag niet op de fiets terwijl er een Tour de France i.c.m. Veilig Verkeer Nederland programma was gepland. Die kon dus met mij mee terug om alsnog haar fiets te halen.

Domme mama.

Nu nog even leren dat de schatjes ook zélf op die gezinsplanner moeten kijken...

dinsdag 26 mei 2015

Kooplust

Het is alweer een tijdje geleden dat ik kleding heb gekocht. De laatste tijd zitten er toch weer teveel kilo's aan, en dan wacht ik maar even met het aanschaffen van een nieuwe garderobe tot ik weer op een aanvaardbare omvang ben gekomen. (Morgen begin ik, met gezond en verantwoord, licht en mager eten. Morgen. Altijd maar morgen.)

Als ik echt iets nodig heb, dan koop ik natuurlijk wel. Natuurlijk. Alleen stuur ik het vervolgens weer snel terug omdat ik me kapot schrik van mijn spiegelbeeld.

Maar. Die ene broek die ik de hele tijd aan heb, die soepele, meeverende, met zoveel stretch en zo lekker soepel vallend dat hij na een half uur dragen van mijn kont afzakt bij elke beweging? Die is toch ook niet echt handig. En die andere, die strakke, afkledende, daar krijg ik buikpijn van. Het jurkje dat eerst zo lekker zat, daarin zie ik er uit als een worst. Die nieuwe jurken, die wel passen, die hebben zo'n enorm decolleté dat zelfs ik er niet zonder hemdje in durf te lopen. En een hemdje, een strák hemdje, met temperaturen boven de 20 graden? Dat is dodelijk als je het mij vraagt. En dan heb ik niet eens de "corrigerende" variant want daarin ga je ook onder die temperaturen al bijna dood.

Ik moet dus kleding gaan kopen. Morgen. Overmorgen. Vanavond? Maar waar? Het internet is groot en geduldig. Maar passen is lastig, dat gaat toch beter in een echte winkel. Ik houd van Sandwich, of gewoon de Miss Etam voor fijne niet te dure broeken. Bijenkorf heeft vaak wel iets. Expresso of Maison Scotch. De Hema soms. Eigenlijk kijk ik overal. Maar koop zelden wat.

Wat zijn jullie favoriete kledingzaken? Of kledingmerken?

maandag 25 mei 2015

Naam

Mammalien was een koosnaampje, gekregen van een vriendinnetje toen ik aankondigde zwanger te zijn. Nooit vergeten. Enige tijd later bleek het de ideale naam voor mijn blog.

Mijn moeder werd in het buurt "het vriendelijk vrouwtje" genoemd. (Wie? O, die, dat Vriendelijk Vrouwtje.) Een bijnaam die ze zelf helemaal niet zo leuk vond. Niet dat ze niet vriendelijk wilde zijn, maar ze vond het wat sukkelig en burgertruttig klinken.

Zo'n vijftien jaar terug, hoorde ik twee passerende jongens tegen elkaar zeggen dat dáár, daar waar ik net mijn huisje uitkwam, "de Spiderwoman" woonde. Geen idee waarom, Misschien had ik wat enthousiaster met de ragebol door mijn portiekje moeten gaan? Of zou het mijn uiterlijk geweest zijn... Mijn kersverse lover, huidige man, vond het wel een prettige naam, Nog jaren lang heeft hij me bij tijd en wijle zo genoemd.

En niet te vergeten "vies wijfie". Ook al zo flatteus. De nogal Uteregse tennistegenstandster die me na afloop van de wedstrijd zo noemde bedoelde het vast niet onaardig. Zij had vooral het idee dat zij beter kon tennissen, maar de cijfers wezen mij als winnaar aan. Ze had zich kennelijk verkeken op mijn ruime ervaring en uitmuntende tactiek: "Jij bent wel een Vies Wijffie". Ah. Nou best hoor. Ook die naam bezigt manlief nog regelmatig.

Manlief heeft ook nog wel wat betere namen voor me bedacht, maar die houd ik maar even geheim hier op dit blog,

zondag 24 mei 2015

Meidendagje

Wegens succes verlengd: het uitje met één kind. Vooral dochter kan daar enorm van genieten. Exclusieve aandacht, je niet aan hoeven passen aan drukke broertjes (of vader) die opeens moeten eten, of juist niet, te hard lopen of te zacht, de weg kwijtraken, boos worden, zomaar opeens uit het zicht verdwijnen of spontaan ergens in een plas vallen.

En ik geniet ook. Want al is het de grootste kwebbel van de drie, ze is wel gezellig, en zo samen redden wij ons prima. Een heus meidendagje.

Dit keer waren we in de Apenheul. En wat is het daar leuk! Ik was er zelf nog nooit geweest. Maar dochter is dol op aapjes - "aaahhhh, wat een póepies". Zeer aandoenlijk, de grote, de kleine, de dikke, de dunne. Allemaal even schattig. We konden niet alleen de grote mensapen goed bekijken in hun ruime verblijven, het spannends waren natuurlijk de stukken waar de aapjes vrij rond liepen tussen het publiek. Dochter keek en tuurde en kruiste braaf alle verschillende soorten aap aan op haar kaartje, zodra ze er een had gespot.

Alleen die ene brutale maki, die een poging deed haar net gekregen pluche speelgoedvariant te stelen, die vond ze even niet zo leuk. Ze schrok zich een ongeluk toen hij met grijpgrage handjes op haar af kwam stormen. Maar ze reageerde koelbloedig, en even later, toen we met pluche en al weer in veiligheid waren moesten we er vaak en hard om lachen. Ik zei al, een echt meidendagje.


zaterdag 23 mei 2015

Onzeker

Na de kleutergym, die toch wel heel vrijblijvend was en best erg simpel voor een zesjarige keken we weer eens verder. Turnen, dat is vast iets voor hem. (Het is a. een sport zonder bal, b. geen teamsport, en c. hij is best lenig en houdt van klimmen en koprollen). Een proeflesje dus maar.

In de zaal nog meer gespierde spijkertjes van kleuterformaat. Zeer aandoenlijk, vind ik altijd, die witte dunne beentjes uit zo’n sportbroekje. Er waren wel veel kinderen, wat het voor zoon snel onoverzichtelijk maakt. En te lang wachten in de rij voor hij zijn ding moet doen, dat is lastig. Dan vervalt hij onherroepelijk in het gedrag waar er meer in de familie last van hebben: je eigen plan trekken. Niet opletten wat er gebeuren moet, je plek in de rij kwijt raken, beetje keten met de figuren achter of voor je en de clown uithangen.

Eenmaal in de clowns-act beland is het moeilijk ermee te stoppen. Zo zagen zus en ik vanaf de tribune een heuse “funny walk”: met de touwtjes van zijn joggingbroekje in zijn mond  hupte hij wijdbeens, knietjes hoog opgetrokken, bij wijze van aanloop op de hoge kast af. De meester die hem op zou vangen werd afgeschrikt door een hard “kan ik zélluf!”. Oke, bijna dan. Een blauwe plek en veel hijswerk verder zat hij er dan toch op.

Hulp vragen of aannemen, iets vóór laten doen, dat is lastig. Maar nog lastiger is het om dingen te doen die je (nog) niet kan, of niet weet hoe (what the f* ís dan een radslag? zag je hem denken). Dus dan doet ie het maar helemaal niet. Duikt hij onder, doet zijn clowns act, gaat desnoods zitten pruilen. “Hij is wel erg onzeker”, wist de turnleraar me dan ook te vertellen achteraf. Op de weg terug naar huis was het ventje ook best wel van slag. Wat hem betreft is het turnen over en uit. Hij gaat er niet meer heen.

Tussen de momentjes zoals boven beschreven, waarop z’n zusje en ik elkaar met ten hemel geslagen ogen aankeken, deed hij het eigenlijk best heel goed voor een beginneling. Het koprollen, het springen, de brug. Nu hem zelf nog even overtuigen dat hij goed genoeg is, hoe goed dat ook is. Dat je ergens komt om te léren, dat dat juist léuk is om nog niet alles te weten en te kunnen en jezelf te verbeteren.

Als dat kwartje nou eens zou vallen…

woensdag 20 mei 2015

Over hoe je steeds maar weer blijft voelen aan dat ene stukje...

Ik heb, al weer een paar weken terug, een stukje afgebroken aan de achterkant van mijn voortand. Deed geen pijn, was niet te zien, maar wát is dat irritant zeg. De hele dag zat ik er met mijn tong in te pieren, in dat gat. Helaas omdat het geen pijnklacht was kon ik niet op een spoedplek, en moest ik een paar weken wachten.

Dolblij was ik dan ook dat ik vanmorgen het gat kon laten dichten. Het was niet groot, geen verdoving nodig. Na een half uur op mijn kop in de schoot van mijn tandarts te hebben gehangen (of althans, zo voelt het altijd) was ik weer klaar. Zo goed als nieuw.

En ook nieuw is de nieuwste irritatie. Het gat is dicht en voelt lekker glad. Nieuw is het piepkleine friemeltje dat er opeens achter tussen mijn voortanden zit. Alsof er een stuk tandenstoker is in blijven hangen. Zo’n irritant klein prikkend puntje, waar je steeds met je tong overheen moet blijven gaan. Zo”n ongedefinieerd vasthoudend stukje dat je er maar niet uit geflost krijgt. Zou er eigenlijk nog even uitgepeuterd of bijgevijld moeten worden.

Zeer irritant. Misschien toch maar even terug.

zondag 17 mei 2015

Spannend

Mijn moeder is geopereerd. Haar grootste angst – niet of niet helder uit de narcose bijkomen is gelukkig helemaal onterecht geweest. Hoewel ze veel pijn had was ze super helder, optimistisch. Ik kon vrij snel langskomen en ze bleef maar praten. Grappigste uitspraak (ik hou het even luchtig) was wel dat “het operatieteam bestond uit allemaal héle jonge mensen. Ongeveer zo oud als jouw man.” Whaha. Mijn man is 50. Maar misschien is dat wel jong als je zelf 86 bent.

De operatie is dus geslaagd. Hoe het nu verder gaat, wat er uit vervolgonderzoek komt, hoe het moet als ze weer thuis is en mijn vader zijn angsten en zorgen over haar en zichzelf zal ventileren, hoe ze rust moet houden terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet zo goed kan. We zullen het wel zien. In ieder geval is ze “als een jonge meid” hersteld van deze operatie en narcose en mag ik haar dinsdag naar huis brengen.

Ik zelf ben inmiddels ook wel toe aan een weekje rust. Wat een timing: net deze dagen waren de kinderen vrij van school en zat man met zijn billen ergens in het buitenland op een gezellig tripje. Dus terwijl ik me rot rende, me vreselijk veel zorgen maakte, stand-by de telefoon en internet zat, de familie op de hoogte moest houden, oppas moest regelen voor de kinderen – moest ik ook tussendoor nog voor hen de leuke mama uithangen en een vrije dagen programma in elkaar draaien in mijn eentje. Mijn tactiek was dit keer maar even veel snacks en snoep en beeldschermen en niet teveel regels.

De oudste twee, daar kun je wel wat mee. Hebben genoeg vriendjes en kunnen even alleen blijven, zijn blij met wat later naar bed, filmpje erbij, even praten. Maar jongste is dan echt van ‘s ochtends tot begin avond een blok aan mijn been. Het arme kind was ook nog eens extra lastig, in het begin, tot grote ellende van boer en zus. Pas later begon hij te vragen. “Wanneer komt papa nou thuis? Worden opa en oma heel oud? Wanneer ga ik dood? Blijven jullie nog heeeel lang leven? Kun je weer levend worden als je dood bent? Waarom niet, dat kon Jezus toch ook?”…

Eén antwoord was helder: papa komt zondagavond thuis. En we hebben de minuten afgeteld.

vrijdag 15 mei 2015

Gebitjes

Zag van de week op tv de documentaire (was het “Andere Tijden”?!) over de tandkundige gezondheidszorg in de eerste helft van de vorige eeuw. Waar mensen geen geld hadden voor tandpasta, laat staan tandartsen. Dat trekken in plaats van herstellen heel gewoon was, en mensen een (kunst)"gebit” kregen als er teveel tanden uit waren. Het introduceren van fluoride via het drinkwater…

Triest eigenlijk, al heb ik wel moeten glimlachen om de uitspraken en de verhalen van de mensen. En het was zeer herkenbaar vanuit de verhalen van mijn ouders. Mijn vader werd in Indië door een legerarts van zijn kies met gaatje afgeholpen. Van de hele kies dus, niet alleen van het gaatje. (En dan was je bij een legerarts nog beter af dan de "natives" die op een straathoek zonder verdoving hun tanden konden laten trekken…)

Mijn moeder had in de oorlog een gaatje tussen haar voortanden, werd door een tante naar haar eigen tandarts gestuurd (dat was een hele goeie, vond ze!). En nét in de stoel ging het luchtalarm af. Tandarts scheet in zijn broek, heeft niet meer gekeken of een poging tot herstel gedaan maar heeft de twee tanden snel getrokken en is de schuilkelder ingedoken… Tja. Die groeiden nooit meer aan. En zo’n plaatje met kunsttanden is ook niet bevorderlijk voor de rest van je gebit.

Maar dat werd toch redelijk gewoon gevonden. Tanden poetsen bij ons thuis was dan ook niet zo’n issue. Het moest natuurlijk wel, maar werd vaak vergeten. En suikers, dat was ook niet zo’n punt. De tandarts zelf deelde mijn broers gewoon achteraf een lolly uit als ze braaf stil waren geweest in de stoel… In de vijftien jaar die ik met mijn broer verschil zag ik trouwens al een stuk verbetering in de tandheelkundige zorg. En als ik nu zie hoe het gaat..

Wat bijzonder (en fijn!) om te zien dat het allemaal in korte tijd zoveel verbeterd is. Meer kennis, betere behandelingen, meer zorg voor de patiënt. Tegenwoordig hebben de kinderen wel allemaal beugels maar niet heel veel gaatjes meer, veel preventie. Een kunstgebit is een zeldzaamheid. En een behandeling is lang niet meer zo gruwelijk als voorheen.

En niet alleen de tandheelkunde. Alles. Mijn oma, heeft drie weken(!) in het ziekenhuis gelegen voor een staarbehandeling aan haar oog. Ze moest een tijdje onder een soort “tentje”, vertelt het verhaal (tegen infecties?). Mijn vader is daar zo’n vijfentwintig jaar later gewoon tijdens een soort lopende band proces in een uurtje vanaf geholpen.

Ik vind het eigenlijk wel prettig om in deze tijd te leven, wat dat betreft. Maar mijn kinderen zeggen over honderd jaar vast hetzelfde.

maandag 11 mei 2015

Kater nap en de ongewenste huisdieren

Naast drie kinderen en een man heb ik ook huisdieren. Twee maar liefst, hoewel die ene zelf al bijna voor twee telt. Poes Fien en kater Nap.

Kater Nap, muizenvanger, had opeens een vreemde aandoening van de week. Dikke buik, slecht eten, kokhalzen. En voor we naar de dierenarts gingen hebben we toch zelf even ge-googled. En vermoeden we dat het arme dier last had van .. wormen. Rondwormen, spoelwormen, lintwormen, zweepwormen, haakwomen. Gadver. Ik werd al beroerd toen ik het las. "Wormen laten zich pas zien als het dier ernstig besmet is. Wormenbesmettingen zijn ook overdraagbaar op mensen. Het frequent ontwormen is dus noodzakelijk voor de gezondheid van mens en dier."  las ik ook nog. Bah. 

Laks als we zijn dachten we dat het wel mee zou vallen, dat ontwormen, na die ene keer toen ze kittens waren. Maar kennelijk was het toch handig om wat vaker met het ontwormmiddel aan de slag te gaan. Eén pilletje en je bent weer klaar.

Ook kater Nap was zeer tevreden.

Moederdag, nog een poging

Voor jullie denken dat ik een negatieve zeur ben, zo bedoelde ik het natuurlijk niet, het vorige blogje. Ik ben echt niet zo goed in verplicht stil zitten, zeker niet ‘s ochtends vroeg, maar ik had al gewaarschuwd voor dat korreltje zout. Eigenlijk was het heel erg leuk allemaal. Maar om nu alleen maar weer het zoveelste kijk-mij-eens-mooie-cadeaus-gehad-hebben-logje te schrijven, dat wordt saai.

Maar, voor wie het weten wil… Ik ben gruwelijk verwend! Vroeger, toch de kinderen kleiner waren en man er niet aan wilde moest ik zelf altijd op moederdag de knutsels die de kinderen op school hadden gemaakt uit de kast halen en in hun handjes drukken zodat ze die aan mij konden geven. Nu is vooral m’n negenjarige dochter er flink mee bezig, met thema moederdag. Ze regelt alles, verstopt cadeautjes, helpt broers (en vader) herinneren, zorgt dat ik niets hoeft te doen. Ze is uren bezig mooie dingen te knutselen. Het ontbijtje zat (gelukkig) niet in het feestpakket, ik moest gewoon uitslapen van haar – daarbij had oudste dan nog wat tijd om snel even een knutsel in elkaar te draaien. Zelfs de katten – aldus man- hadden dit jaar een heus cadeau voor me gekocht: een roestvrijstalen koffiecupjeshouder. De mooiste die man op internet kon vinden. (Zou hij er dan tóch iets mee te maken hebben gehad?!)

Daarbij was er gisteren natuurlijk een lekker zonnetje, hebben we fijn gewerkt in de tuin, een gezellig bezoekje aan mijn eigen moeder (en vader) gebracht. En kreeg ik ‘s avonds nog een verwenbehandeling van dochter in kapster-rol. Helemaal top!

zondag 10 mei 2015

Het moederdagoffer

Mama, lekker op bed blijven liggen morgen! bezweert dochter me. Zo lekker als dat gisteravond klonk, zo onmogelijk lijkt de opdracht nu. Het is half negen, en ik ben het zat in bed, krijg er de kriebels. Ik ben ruim uitgeslapen en moet nu iets gaan dóen. Maar ja, het is moederdag, en het mag niet van dochter. Dochter die zelf nog heerlijk in dromenland is en dat, haar kennende, nog wel een uurtje blijft.

Bang om haar teleur te stellen sluip ik dus door het huis, zet de wasmachine aan, ruim wat op, tik een blogje. Zou het liefst buiten de nieuwe plantjes in de grond gaan stoppen maar dat valt vast op. Dus ik houd me maar bezig op de bovenverdieping. En als ik haar straks hoor ga ik braaf mijn bed weer in.

Het valt niet mee, als ochtendmens, moeder zijn van een avondmensje. Er moeten offers worden gebracht voor een fijne moederdag.

zaterdag 9 mei 2015

Kakkerlak

Wat hij zou willen zijn in een volgend leven, mocht er zoiets als reïncarnatie bestaan, vraag ik aan mijn man die me terug naar huis rijdt na een lekker etentje. Ik krul me nog eens fijn op in de bijrijdersstoel, geniet van de zon op mijn gezicht en droom wat weg. Als iemand me nu ook nog zou aaien zou ik gaan spinnen denk ik.

Man – nooit te beroerd een mening tegengesteld aan die van de massa te ventileren – bedenkt zich geen moment. Een kakkerlak, natuurlijk. Als ik daar om moet glimlachen is hij niet meer te stoppen. Wat ik wel niet denk? Zo’n kakkerlak, die is niet kapot te krijgen, zelfs al is z’n kop er af. En lekker de hele dag een beetje achter het aanrecht zitten kauwen op een ouwe kaaskorst. Mmm. Nee, hij wist het wel.

Mijn gevoelens bij de kakkerlak zullen nooit meer hetzelfde zijn.

woensdag 6 mei 2015

Mummies

Met zijn drietjes waren we er, in het Oudheden Museum in Leiden. Papa, mama en de twaalfjarige. Een goede keuze zo bleek achteraf. Ondanks dat ik er peuters zag rondlopen die geïnteresseerd meededen, denk ik dat ik onze kleuter toch maar heel even geboeid had weten te houden en dat ik zelf weinig rust had gehad om de mooie collectie goed te bekijken.

Dochter had vast braaf meegelopen maar had het heel eng gevonden, mummies, graftombes en dodenmaskers. De ijstijd tentoonstelling voor kinderen vond ik zelf zwaar tegenvallen (oudste zoon deed een paar spelletjes maar was er ook snel klaar mee), maar vooral de afdeling Egypte was geweldig. Wat een mooie spullen hadden ze daar staan! Uiteindelijk hebben we bijna drie uur door het hele museum gelopen.

Man en ik waren onder de indruk. Lazen bordjes en bekeken alles nauwkeurig. Oudste zoon heeft de interesse wel, maar moet natuurlijk wél bewegen en niet te lang stilstaan bij zo’n vitrine, dus die huppelde wat heen en weer. Prima. Enige fout die ik had gemaakt was om geen eten mee te nemen. Dus na een uurtje of twee werd hij steeds witter en kleiner en begon steeds zieliger te kijken. Zo’n kaasbroodje met cola, dat kan dan wel even, maar een beweeglijke twaalfjarige in de groei heeft toch wel wat meer nodig om écht weer een tijdje vrolijk vooruit te kunnen.

Desalwelteplus, een leuk uitje was het, voor ons alle drie. En de jongste twee, die hebben het “heel leuk gehad, thuis met de oppas”. Zo meldde jongste zoon.

Hoe kom je de donkere dagen voor kerst door?

De donkere dagen voor kerst zijn weer aangebroken, ik ben van de leg. Om zes uur, soms half zes klaarwakker en vol met plannen. Helaas slaap...