maandag 23 maart 2015

Poep

Jongste zoon heeft een vriendje mee naar huis genomen. Net als de vorige keer dat dat ventje bij ons was bleek hij uitgebreid op de wc in de badkamer te hebben zitten poepen. En of ik hem even wilde helpen met de verdere afhandeling.

Nou heb ik nooit veel problemen met vieze luiers gehad, maar hoe groter de kinderen, hoe minder leuk ik het ga vinden om billen af te vegen. Zeker als de billen niet van mijn eigen bloedjes zijn maar van aanwaaiend bezoek.

Of hij dat niet zelf kon, vroeg ik dus. Hij is tenslotte al vijf? Nou, nee. Thuis helpen ze hem ook altijd. En op school dan, doet de juf het dan voor hem? Neeeee…, vond hij, gekkie! Op school kan hij het wél zelf. 

Ah. Gekkie Henkie stonk er dus weer mooi in.

donderdag 19 maart 2015

Knutselmam

Ik ben geen knutselmam. Heb daar helemaal het geduld niet voor thuis, bij mijn kinderen. Wil nog wel eens iets klaarzetten, maar om eindeloos mee te gaan boetseren of vingerverven, daar heb ik geen zin in. En de troep die ik dan achteraf – na tien minuten, want dan zijn de kleintjes het ook weer zat -  moet opruimen doet me meestal drie keer nadenken voor ik een voorstel in die richting doe.

En toch, op school vind ik mezelf wel vaker terug als knutselmam. Ik help er graag. Niet dat ik het leuk vind om met een groep moeders de hal te versieren met kerst of eindeloze discussies te voeren in de medezeggenschapsraad, maar ik vind het vooral leuk om ergens bij te zijn waar ik de kinderen van dichtbij kan observeren. Dus ik chauffeur, ik begeleid groepjes op speurtochten, desnoods ben ik knutselmam.

Een tijdje geleden had groep 7 en 8 een creatieve dag. Stempelen, kleien, mobiles maken, dingen met papier, met glazen potten, haken… van alles. De meeste kinderen kunnen het gewoon zelf, hooguit moet je af en toe een knoopje in een dun draadje leggen of een al te enthousiaste gutser waarschuwen toch maar vooral van zich áf te gutsen in plaats van naar zijn buik. Je staat er bij en kijkt er naar, en ondertussen hoor je nog eens wat. Gezellig.  Al worden ze wel wat scherper, en zitten ze ook niet altijd meer op hulp van de mama’s te wachten.

Vandaag had ik de kleuters. Heel anders, maar ook weer heel leuk. Een paar, veelal van het vrouwelijk geslacht, krijgt het daadwerkelijk voor elkaar om zelf te maken wat de juf als voorbeeld heeft neergelegd. De secure, goed oplettende, handige meisjes zeg maar, die graag knutselen. Of een paar stoere jongens, die wel graag iets willen maken, maar dan niet al te netjes en vooral snel resultaat willen zien. Ik vind alles best. Ze doen maar. Ik ben niet de knutselmam die zegt dat ze nog een beetje meer daar en daar moeten kleuren, klaar is klaar. (Ik herken mezelf er wel in moet ik zeggen)

Dan heb je er nog wat die ten koste van alles proberen te vermijden dat ze iets moeten maken. Vroeger zat mijn kleuter daarbij, tegenwoordig doet hij best nog wel leuk mee. Maar er is altijd een groepje dat na tien minuten op de gang gaat liggen dweilen, naar de wc moet, opeens in een boek zitten te lezen of voortdurend vraagt “hoe lang móeten we nog?” En dan had ik er vandaag nog één met extreme smetvrees, die al opzij dook als er verf in de buurt kwam – de juf complimenteerde haar achteraf met het prachtige stempelschilderij dat ehm, eigenlijk van mijn hand was ...

Bij groep 6 – de groep van mijn dochter, dus daar help ik ook wel eens – is het een beetje er tussenin. De kinderen vinden het meestal leuk om bezig te zijn. Niet bang, geen puberachtige gênes of maniertjes. Ze kunnen veel zelf maar hebben (gelukkig!) ook nog wel wat hulp nodig bij het maken van een knutsel. En met wat uitleg of even voordoen komen ze dan een heel eind. En wat leuk om te zien hoe iedereen lekker bezig is en aan het einde van de dag er allemaal mooie zelfgemaakte dingen mee naar huis gaan. Toch maar eens vaker op Pinterest kijken en thuis aan de slag te gaan met de kinderen…

zondag 15 maart 2015

De kleuter en de sport

Onze jongste is bijna 6, en ik vind het een prettig idee als hij later wat aan sport zou gaan doen. Een mooi moment om nu voorzichtig te beginnen. Buitenspelen, fietsen, wandelen, dingen die andere kinderen nog wel eens doen, dat is hier in huize Mammalien een ‘moetje’. Eenmaal zover gekregen door ons ouders vinden ze het wel leuk, maar liever zitten ze – vooral de jongens – met hun neus achter een scherm. (Van wie zouden ze dat nou hebben?!)

En dus deed ik hem op een soort kleutergym. Een zeer laagdrempelig gebeuren, niets hoeft, alles mag, de begeleiders zijn super enthousiast. In een gymzaal vol met banken, touwen, trampolines, ringen en vooral heel veel matten mogen ze vrij klimmen en koppeltje duikelen. Maar een paar keer per uur komen alle kinderen bij elkaar en is er ook een soort lesje. Een renspelletje, of ze mogen wat met een tennisracket, een bal, een hockeystick proberen.

Jongste doet vrolijk mee. Hij heeft het niet willen verliezen, eh de drive van zijn vader, en verdraait graag de regels om toch maar “eerste” te kunnen worden – desnoods door niet meer mee te doen als hij het te moeilijk vindt. Gelukkig hebben de begeleiders ook daar ervaring mee en duwen ze hem vriendelijk weer een beetje in de goede richting.

Vandaag was hockey aan de beurt. Met van die grote zachte knotsen, gelukkig. Het overspelen ging redelijk, hij raakte de ballen wel, maar was te eigenwijs om de tips van de docent op te volgen. Daarna een spelletje: vier tegen vier. En dat was echt wel veel gevraagd. Teveel kinderen op een hoop met maar één bal? Onbegrijpelijk. Al gauw pakte hij er een eigen bal mee, en toen hij ook daarmee in het gedrang kwam ging hij maar gewoon áchter het doel met zijn eigen bal spelen.

Een teamsport, een met ballen, ik denk dat dat ‘m voorlopig niet gaat worden. Hardlopen, dat vindt hij wel leuk, maar is hij nog niet zo heel goed in. Klimmen, dat is wel helemaal zijn ding. En nou weet ik wel dat ook dat een sport is, maar volgens mij meer een bezigheid voor de iets oudere jeugd. Ik wacht dus nog maar even. Bovendien moeten eerst die zwemdiploma’s maar eens gehaald.

woensdag 11 maart 2015

Dierenarts

“Kijk eens mevrouw, het is echt wel een flink gat!” Wat u zegt dierenarts. Ik klemde me voor de zekerheid even stevig aan de tafel vast om niet om te vallen bij het zien van de opengesperde wond. Ze had nog wat haar weggeknipt, de wond schoongemaakt en jaste nu een spuit met antibiotica in zijn kont. Fijn. Mij geeft dat in ieder geval een goed gevoel, zo’n spuit in mijn zieke kat. Wat hij er zelf van denkt weet ik niet.

De dierenarts vermoedde dat het een gesprongen abces is geweest. Opereren, dat was even geen optie. Gewoon lekker vanzelf laten genezen, hooguit met wat Biotex en een watje de wond schoonmaken. (Wie? Ik? Help!) De antibiotica pilletjes krijgen we wel naar binnen, op de een of andere manier.

Tien minuten later en zestig euro armer waren we weer thuis. Nappie heeft een nu nóg grotere wond aan zijn zijkant – of althans, het is nu nog beter zichtbaar: een rood glimmend bloederig gat ter grootte van een rijksdaalder (Zo’n grote, ouderwetse nep-gulden). De kinderen worden er lichtelijk onpasselijk van als ze er naar kijken (van wie zouden ze dat nu hebben?). Maar ik moedig ze vooral aan omdat te doen. Mij lijkt dierenarts namelijk een leuk beroep, al was het voor mij met met dieren- én bloedfobie niet echt een optie. Maar wie weet krijg ik één van de kindjes zo ver. En anders is het toch vast handig ze te laten wennen aan open wonden, mochten ooit hun vader of ik bejaard zijn en vreselijke open wonden hebben en professionele zorg onbetaalbaar is geworden…

Eh, ik dwaal af. Met Nappie komt het allemaal goed, geloof ik.

maandag 9 maart 2015

Bloedbad

“Mama, mama!” Ik had de auto nog niet geparkeerd of oudste kwam op zijn blote voeten naar me toe gerend over de straat. Zus zat binnen, onder een dekentje, met betraand gezichtje, heel hard te shaken. Kat Nappie, die er ook iets mee te maken leek te hebben, zo begreep ik uit zoons verhaal, rende hard weg. Alarmcode rood.

Kennelijk was het wondje hoog op zijn achterpoot dat hij de dag ervoor in een gevecht(?) had opgelopen niet alleen wat serieuzer dan wij in eerste instantie hadden gedacht maar ook helemaal aan de aandacht van dochter ontsnapt. Dochter had het beest, dat even een kopje kwam geven, willen optillen, maar had kennelijk een ongelukkige plek voor haar vingertjes uitgezocht. Kat had een vreemd geluid gegeven "en toen was er óveral bloed!"

Bleek niet helemaal overdreven, zag ik later toen ik haar truitje in de wasmand vond. Arm meisje. Arme Nappie.

Omdat ik net warme patat had gehaald, de kat nog prima weg wist te rennen voor mijn geïnteresseerde blikken en de dierenarts net met weekendverlof was hebben we het even laten gaan. Maar gedurende het weekend kwam ik toch elke keer weer wat druppeltjes bloed tegen – goed zichtbaar op een zandkleurige bank... Die wond, die zag er niet fijn uit. Groot, diep, rood en vooral open.

Nu, maandagochtend, is het wel dicht maar ziet er er nog steeds niet goed uit. Straks dus toch maar even naar de dierenarts. En dan samen met dochter op zoek naar de dader (kat? hond?) om hem eens flink, eh, de waarheid te vertellen.

Hoe kom je de donkere dagen voor kerst door?

De donkere dagen voor kerst zijn weer aangebroken, ik ben van de leg. Om zes uur, soms half zes klaarwakker en vol met plannen. Helaas slaap...